maandag 28 november 2011

Indeknoopwijk

Je kent ze wel, van die wijken waar je acht jaar moet wonen om te weten hoe je bij de supermarkt moet komen. Een indeknoopwijk heeft een combinatie van de volgende kenmerken:
  • Alle straten heten hetzelfde als de wijk. Niet dat dat uitmaakt, want er hangen geen straatnaambordjes.
  • Op de kaart zien ze eruit als de handtekening van je huisarts.
  • Als je er eenmaal in terechtkomt, kom je er nooit meer uit. Hele vrachtwagens worden erin verzwolgen.
  • Veiligheid en hygiëne van de spelende kinderen staat voorop. Daarom zijn er overal stinkende slootjes zonder hekje ervoor.
  • Een schrijnend gebrek aan openbaar vervoer (zie ook de passage over vrachtwagens)
  • Je kunt er op nummer 14_67a24c wonen op anderhalf hoog aan een straat die bestaat uit een doodlopende steeg, waarvan er nog vijftig zijn in dezelfde wijk. En dan nog verbaasd zijn dat je post niet aankomt.
Voorbeelden uit het midden des lands:

Crosestein, Zeist
Probeer jij maar eens terug op de grote weg te komen.
Kattenbroek, Amersfoort
God zegene de rondweg, dan kom je tenminste nog nergens.
Zo ongeveer elke wijk in Maarssen
Boven: Duivenkamp. Onder: Fazantenkamp. Maar dat verschil proef je toch niet.

2 comments:

  1. Paul van Vliet zong ooit het volgende over dit soort wijken in het nummer A2:

    En de zon die ging onder en de zon die ging op
    En ik zat in de file en het schoot maar niet op
    En voordat het donker werd moest ik er zijn
    Bij m'n liefje, m'n liefje in Nieuwegein

    Ik had drie jaar gezeten voor oplichterij
    In de Bijlemerbajes en toen kwam ik vrij
    Ik was onschuldig veroordeeld - door niemand geloofd
    Van m'n geld en m'n eer en m'n liefje beroofd

    En dat lief had gezegd: ik heb drie jaar gewacht
    Ik heb liggen woelen, haast iedere nacht
    Maar als jij er vanavond voor tienen niet bent
    Dan kan je het schudden - neem ik een andere vent

    En de zon die ging op en de zon die ging neer
    En bumper aan bumper en toen stopten we weer
    En voordat het donker werd moest ik er zijn
    Bij m'n liefje, m'n liefje in Nieuwegein

    En de uren verstreken en ik reed in z'n een
    En zo kropen wij verder Abcoude - Vinkeveen
    Breukelen - Maarssen; ik denk: Krijg nou de pest
    Daar liep het weer klem bij Utrecht-West

    En toen nam ik de vluchtstrook en dat was een gok
    Het was erop of eronder: een race tegen de klok
    Maar nergens politie dus ik denk: Ik red het misschien
    En het leek te gaan lukken: het was zeven voor tien

    En de zon die ging op en de zon die ging neer
    En toen stond het weer stil, voor de zoveelste keer
    En voordat het donker werd moest ik er zijn
    Bij m'n liefje, m'n liefje in Nieuwegein

    En ik keek op het stadsplan, bevond mij dus hier
    En ik moest naar de Arresleedrift nummer vier
    En ik sprong in mijn wagen en het leek zo dichtbij
    Maar ik kwam in een woonerf: de Dorstvlegelwei

    Toen de Pimpelmeesburg - het Ratelslangspoor
    De Parelhoenhof - ik denk: Hoe loopt dat hier door
    De Kaasmakershorst - de Kafmolendreef
    De Tinnengietersteede - als ik dit overleef

    De Leerlooiersstate - waar ben ik nou weer
    In de Vuurvliegwarande - m'n hart ging tekeer
    De Vossebesgaarde - ja, die stad was geschift
    Maar toen was ik er bijna... nee, de Disselsjeesdrift

    En de zon die ging op en de zon die ging neer
    En ik kwam dus te laat en toen zat ik daar weer
    In de Bijlemerbajes - waar je eerder zal zijn
    Dan in de Arresleedrift in Nieuwegein

    BeantwoordenVerwijderen